
Ik hoor en merk dat steeds meer christenen vrij weinig weten over Israël en de Joden. Ergens weten ze wel dat er een link is, maar wat precies is vaak niet duidelijk. Mijn vermoeden is, dat dit komt omdat er ook steeds minder onderwijs over gegeven wordt in de kerken. Gezien de huidige situatie aldaar denk ik dat het goed is voor christenen om te weten wat onze connectie met Israël en het Joodse volk is, de belangrijkste bron die we daar als christenen voor hebben is de bijbel. Wat staat er in de bijbel over hoe wij als christenen moeten omgaan met en kijken naar Israël?
Historie
Het begint direct bij Abraham. Hij wordt gekozen als de man waaruit God een verbond mee sluit om Zijn volk uit voort te laten komen:
De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
Genesis 12: 1-3
De reden dat God hem uitkoos was vanwege zijn geloof zegt de bijbel:
En de Schrift is vervuld die zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.
Jakobus 2:23
Uit het verbond met Abraham kwam het verbondsvolk voort; het volk dat later het Joodse volk werd genoemd.
Abraham kreeg een zoon Isaak. In het typebeeld van het verlossingsplan dat God met de wereld had door zijn Zoon Jezus als offer te laten sterven voor de zonden van de mensheid, zo kreeg ook Abraham als de vader des geloofs de opdracht om zijn eniggeboren zoon te offeren voor God. Uiteindelijk ging het om zijn hartgesteldheid en hoefde hij zijn zoon niet te offeren, uit deze houding volgde echter wel het verbond:
Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de HEERE: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt, zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben. En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.
Genesis 22:16-48
Isaak kreeg Jacob als zoon. Later kreeg Jacob een nieuwe naam, Israël:
Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.
Genesis 32:28
De naam Israël kent diverse verklaringen. Eén daarvan is deze: “Degene die overwint met God”
Jacob krijgt uiteindelijk twaalf zonen. Deze zonen worden allen stamvaders en de twaalf stammen van Israël genoemd. Eén van de stammen is de stam van Juda, in Genesis wordt naar Juda verwezen als zijnde een leeuw. Uit de stam van Juda komt de grootse koning voort die het land Israël gekend heeft: David. David krijgt een zoon Salomo. Salomo wordt de meest wijze en rijke man ooit en is ook de koning die uiteindelijk de eerste tempel voor God mocht bouwen.
Jezus is een Jood
Uiteindelijk wordt Jezus geboren. Zowel vanuit de lijn van zijn moeder Maria als zijn vader naar het vlees Jozef, komt Hij voort uit de stam van Juda. Zijn hele genealogie is te lezen in Mattheüs 1:1-17. Dit is te lang om hier nu te plaatsen, maar kun je op je gemak zelf teruglezen.
Om deze reden wordt Jezus ook de Leeuw van Juda genoemd:
Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.
Openbaring 5:5
Jezus was dus een Israëliet, een Jood en een directe afstammeling van Abraham, Isaak, Jacob en David.
Hij werd geboren in een dorpje net onder Jeruzalem, Bethlehem. Welke tot de dag van vandaag nog steeds als stad In Israël bestaat. Hij groeide op in Nazareth, dat ligt in het noorden van Israël en is ook tot de dag van vandaag nog steeds een bestaande stad.
De Grondlegger van ons geloof is een Jood, geboren te Israël, en stamt rechtstreeks af van de vader van het Israëlische volk, Abraham.
Israël als land
De voltallige Bijbelse historie speelt zich grotendeels af in het land Israël. Van de creatie tot aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Van Genesis tot en met Openbaring.
God zelf zegt dat Hij een eeuwigdurend verbond heeft gesloten met Jeruzalem:
In dit huis en in Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen van Israël verkozen heb, zal Ik voor eeuwig Mijn Naam vestigen.
2 Koningen 21:7
De bijbel roept ons ook op om te bidden voor Jeruzalem:
Bid om vrede voor Jeruzalem, laat het goed gaan met hen die u liefhebben.
Psalm 122:6
Hoe er mee om te gaan als christenen
In de brief aan de Romeinen waarschuwt de apostel Paulus de christenen dat zij zich niet verheven moeten voelen boven het Joodse volk. Hij zegt daarover het volgende:
En ook zij zullen geënt worden als zij niet bij hun ongeloof blijven, want GOD kan hen opnieuw enten. Want als jij, die van oorsprong van een wilde olijfboom bent, vervolgens echter gesnoeid en tegen je oorsprong in op de goede olijfboom geënt bent, hoeveel makkelijker zullen zij dan geënt worden op de olijfboom die met hun eigen oorsprong overeenstemt!
Romeinen 11:23-24
Met de wilde olijfboom worden hier de christenen bedoeld die niet voortkomen uit de oorspronkelijke olijfboom, waar het Joodse volk mee bedoeld wordt. Daarnaast begint het met een toezegging dat het Joodse volk opnieuw geënt kan worden aan de oorspronkelijk boom zodra zij zullen geloven dat Jezus de Messias is waar het Joodse volk tot de dag van vandaag nog naar uitkijkt.
Paulus waarschuwt hier de christenen om geen trotse houding aan te nemen ten opzichte van het oorspronkelijk volk van God, de Joden.
Daarnaast moeten we ook niet vergeten dat niet alleen Jezus en niet alleen de twaalf stamvaders Joden waren, ook de twaalf kerkvaders waren Joden. De twaalf discipelen waren alle jonge Joodse mannen welke hoogstpersoonlijk door Jezus zelf uitgekozen waren. Nadat Judas overleed werd er een nieuwe discipel gekozen en hiermee werd de basis voor de gemeente van Jezus zoals we deze vandaag de dag nog steeds kennen, gelegd door twaalf jonge Joodse mannen.
Ook de apostel Paulus, die geroepen werd om de niet Joden (heidenen) te bereiken met het goede nieuws van Jezus en die de helft van alle boeken in het Nieuwe Testament heeft geschreven, was een Jood.
De rol van het Joodse volk in de laatste dagen
In het einde der tijden zoals we deze in het natuurlijke kennen zal het Joodse volk een grote rol gaan spelen.
Als we terug gaan naar de vergelijkingen van de olijfbomen in Romeinen 11, zie je dat hier een parallel mee getrokken wordt in het boek Openbaring.
Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren die voor de Heer van heel de aarde staan.
Openbaring 11:4
Bovenstaande slaat direct op de twee getuigen. Hoe dit uiteindelijk in de praktijk vorm zal krijgen, is op dit moment aan diverse theorieën onderhevig. Het is echter niet zonder reden dat de bijbel hier de vergelijking met de twee olijfbomen maakt. Persoonlijk ben ik van mening dat hiermee een verwijzing gemaakt wordt naar de “oorspronkelijke” olijfboom (het Joodse volk) en de “wilde” olijfboom (elk ander volk/mens die Jezus hebben aangenomen als persoonlijke Verlosser, de heidenen – ook wel de bruid genoemd) zoals dit in de brief aan de Romeinen omschreven staat.
Iets eerder in Openbaring is er zelfs een nog specifiekere rol weggelegd voor het Joodse volk. Hier wordt naar hen verwezen als zijnde de twaalf stammen van Israël. De bijbel zegt dat ze “verzegeld” zijn:
En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren, honderdvierenveertigduizend uit alle stammen van Israël: Uit de stam Juda twaalfduizend, uit de stam Ruben twaalfduizend, uit de stam Gad twaalfduizend, uit de stam Aser twaalfduizend, uit de stam Naftali twaalfduizend, uit de stam Manasse twaalfduizend, uit de stam Simeon twaalfduizend, uit de stam Issaschar twaalfduizend, uit de stam Levi twaalfduizend, uit de stam Zebulon twaalfduizend, uit de stam Jozef twaalfduizend, uit de stam Benjamin twaalfduizend.
Openbaring 7:4-8
Deze 144.000 verzegelde Joden hebben een speciale rol te spelen in deze periode. Persoonlijk ben ik van mening dat een groot deel van het Joodse volk in die periode Jezus zal aannemen als hun Messias en dat God hen op een bovennatuurlijke manier zal gebruiken om nóg meer mensen tot Jezus te leiden zoals Hij dat ook deed na de uitstorting van de Heilige Geest op de pinksterdag te Jeruzalem onder de oorspronkelijke Joodse discipelen. Ze zullen verzegeld zijn en daarmee een speciale bescherming genieten!
Tot slot
Het is, afhankelijk van je standpunt, verleidelijk om je te mengen in een discussie over situaties met betrekking tot Israël, het Joodse volk en hun plek in de wereld, in het land waar ze wonen en de gespannen situatie met hun Palestijnse landgenoten. Het gevaar hiervan is om in een discussie te belanden waarbij allerlei aardse, natuurlijke en wereldse argumentatie gebruikt wordt. Vaak zal dit leiden tot een welles/niets debat waar uiteindelijk maar weinig mensen bevredigd het debat zullen afsluiten.
Voor christenen is het belangrijk om te beseffen dat deze situatie geen natuurlijke oorsprong kent. Het heeft een geestelijke oorsprong en ik ben van mening dat we dit als christenen ook geestelijk moeten benaderen.
De bijbel zegt daar het volgende over:
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
Efeziërs 6:12
We leven in een natuurlijke wereld die z’n oorsprong kent in het geestelijke. Als er één land is waar dit het meeste tot uiting komt, dan is dat Israël. Dit dienen we dan ook met geestelijke ogen te bekijken en de situatie met geestelijke oren te horen. Ons menselijk verstand dienen we te brengen naar het geestelijke en onze afkomst als christenen niet te verloochenen en te strijden in het geestelijke voor onze broeders en zusters in Israël met hét wapen dat wij als christenen ontvangen hebben: Gebed!
Indien wij bidden in de naam van Jezus zullen in de geestelijke wereld Gods troepen gemobiliseerd worden om strijd te voeren voor Hem en voor Zijn volk. Sinds de heroprichting van het land Israël in 1948 heeft het veel strijd en oorlogen gekend. Maar te midden van een gebied waar het land omringd is door vijandige landen heeft God Zijn volk altijd beschermd. Door alle aanvallen en alle oorlogen heen staat het nog steeds én zal het blijven staan tot de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Het is een geestelijke strijd dat daar gevoerd wordt en God zal Zijn volk niet verloochen, noch verlaten:
Toen riep Mozes Jozua en zeide tot hem in tegenwoordigheid van geheel Israël: Wees sterk en moedig, want gij zult met dit volk komen in het land, waarvan de Here hun vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou, en gij zult het hen doen beërven. Want de Here zelf zal vóór u uit trekken, Hij zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt.
Deuteronomium 31:7-8