
De titel van deze overdenking hoor je vaak terugkomen als gelovigen spreken over het land Israël. Soms wordt het ook wel het “Heilige Land” genoemd.
Als dit dan een land is, dat beloofd is door God. Aan wie werd deze belofte dan gedaan? En waarom? Graag neem ik je mee naar wat er hier in de bijbel over staat. Hou je vast, want er gaan heel wat bijbelteksten volgen…
De allereerste belofte wordt gedaan aan Abraham in Genesis hoofdstuk 12.
De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.
Genesis 12:1-3
Toen verscheen de HERE aan Abram en zeide: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. En hij bouwde daar een altaar voor de HERE, die hem verschenen was.
Genesis 12:7
En de HERE zeide tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven.
Genesis 13:14-15
In hoofdstuk 15 wordt het exacte gebied voor het eerst heel specifiek benoemd.
En Hij zeide tot hem: Ik ben de HERE, die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven.
Genesis 15:7
Te dien dage sloot de HERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat: de Keniet, de Kenizziet, de Kadmoniet, de Hethiet, de Perizziet, de Refaïeten, de Amoriet, de Kanaäniet, de Girgasiet en de Jebusiet.
Genesis 15:18-21
Vervolgens voegt God er in hoofdstuk 17 nog een cruciaal woord aan toe. Het woord “altoosdurend”, voor altijd dus.
Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.
Genesis 17:8
Na de dood van Abraham doet God dezelfde belofte aan zijn kleinzoon Jakob.
Toen verscheen hem de HERE en zeide: Trek niet naar Egypte, woon in het land, dat Ik u zeggen zal, vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u zegenen, want u en uw nageslacht zal Ik al die landen geven, en Ik zal de eed gestand doen, die Ik uw vader Abraham gezworen heb. En Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden,
Genesis 26:2-4
En zie, de HERE stond bovenaan en zeide: Ik ben de HERE, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.
Genesis 28:13-15
En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd.
Aan het einde van Genesis herhaalt ook Jozef nog deze belofte van God op zijn sterfbed.
En Jozef zeide tot zijn broeders: Ik ga sterven; God zal zeker naar u omzien en u uit dit land voeren naar het land, dat Hij Abraham, Isaak en Jakob onder ede beloofd heeft.
Genesis 50:24
Nadat het Joodse volk door de Egyptenaren vele jaren in slavernij gevangen heeft gezeten, doet God wederom dezelfde belofte aan Mozes.
En Ik zal u brengen naar het land, waarvan Ik gezworen heb het aan Abraham, Isaak en Jakob te zullen geven, en Ik zal het u geven tot een bezitting, Ik, de HERE.
Exodus 6:7
Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.
Exodus 19:5-6
Want indien gij heel dit gebod, dat ik u heden opleg, zeer naarstig onderhoudt, de HERE, uw God, liefhebt, in al zijn wegen gaat en Hem aanhangt, dan zal de HERE al deze volken voor u wegdrijven, zodat gij het gebied van volken, groter en machtiger dan gij, in bezit zult nemen. Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; van de woestijn af tot de Libanon, van de rivier af, de rivier de Eufraat, tot de westelijke zee toe zal uw gebied zich uitstrekken.
Deuteronomium 11:22-24
Uiteindelijk is het pas Jozua die daadwerkelijk het eerste stuk land zal toe-eigenen die God reeds aan Abraham beloofd had.
Elke plaats die uw voetzool betreden zal, geef Ik ulieden, zoals Ik tot Mozes gesproken heb. Van de woestijn en de Libanon ginds tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat, het gehele land der Hethieten, en tot aan de Grote Zee in het westen zal uw gebied zijn.
Jozua 1:3-4
Toen nu Jozua het gehele land veroverd had overeenkomstig alles wat de HERE tot Mozes gesproken had, gaf Jozua het aan Israël ten erfdeel, volgens hun indeling in stammen. En het land rustte van de strijd.
Jozua 11:23
Kijkende naar de specificaties van het gebied zoals beloofd aan Abraham in Genesis 15:18-21 en de specificaties zoals genoemd in Jozua 1:3-4 wijkt dat af van het land Israël dat wij vandaag de dag kennen. Het huidige gebied van Israël is namelijk vele malen kleiner dan het gebied dat God beloofd had!
Je zou dus kunnen zeggen dat de toekenning van het land Israël aan het Joodse volk in 1948 nog niet het volledige gebied is dat God aan Abraham had beloofd en Jozua had ingenomen. Daar moet dus nog wat bij komen om de belofte van die tijd wederom in vervulling te laten gaan.
De afbeelding die je bovenaan deze overdenking ziet komt ongeveer overeen met het gebied dat aan Abraham beloofd was. Zullen we dat moment pas weer volledig in vervulling zien gaan bij de komst van het Nieuwe Jeruzalem?
Tot slot nog een ander interessant element in dit geheel. Tussen het moment dat God de eerste belofte deed aan Abraham en het moment dat Jozua het land in bezit nam, zit ongeveer zo’n 500 jaar!
God deed een belofte, maar het duurde zo’n 500 jaar voordat deze vervuld werd. Soms mogen we uitzien naar een hoopvolle toekomst, ook al lijken de omstandigheden op korte termijn weinig hoopvol. Als God spreekt, dan zal het gebeuren. Daar mogen we ons naar uitstrekken en aan vasthouden!